De basisvaardigheden van leerlingen blijven een belangrijk aandachtspunt binnen het voortgezet onderwijs. Uit De Staat van het Onderwijs 2026 blijkt dat er in de onderbouw nog steeds sprake is van een duidelijke daling in leesvaardigheid en woordenschat ten opzichte van de periode voor corona. Ook het niveau van rekenen en wiskunde ligt lager, vooral binnen het vmbo.
Goed kunnen lezen, schrijven en rekenen speelt een rol binnen vrijwel ieder schoolvak. Een leerling moet bijvoorbeeld een tekst bij geschiedenis kunnen begrijpen, informatie uit een grafiek bij aardrijkskunde kunnen halen of een antwoord bij biologie duidelijk kunnen formuleren. De nieuwe kerndoelen benadrukken daarom ook steeds meer de verbinding tussen basisvaardigheden en verschillende leergebieden.
Voor scholen ligt er daarmee een belangrijke uitdaging: leerlingen tijdig signaleren die extra ondersteuning nodig hebben en het onderwijs zo goed mogelijk laten aansluiten bij verschillen tussen leerlingen. De Inspectie constateert dat dit in de praktijk nog niet altijd voldoende gebeurt. Extra oefening, persoonlijke aandacht en begeleiding in kleinere groepen kunnen leerlingen helpen om specifieke achterstanden gericht aan te pakken.
Het versterken van basisvaardigheden vraagt uiteindelijk om een gezamenlijke aanpak binnen de school. Niet alleen vakdocenten Nederlands en wiskunde spelen hierin een rol, maar het volledige docententeam. Door resultaten te blijven volgen, kennis tussen vakken te delen en waar nodig aanvullende ondersteuning in te zetten, kunnen scholen structureel werken aan een sterkere basis voor hun leerlingen. De Inspectie benadrukt in 2026 opnieuw dat doelgericht en samenhangend werken aan basisvaardigheden centraal moet staan.
Kort samengevat:
• Basisvaardigheden blijven een belangrijk aandachtspunt• Ze zijn belangrijk binnen alle schoolvakken• Tijdige ondersteuning helpt leerlingen gericht vooruit
We nemen zo snel mogelijk contact met je op.